Lopen de poezen niet weg?

Lopen de poezen niet weg?

Onderweg

Onze poezen Mijnheer Pluis (kortweg Pluis) en Watje, het vrouwelijke kleintje van de twee, liggen ontspannen te slapen op ons bed. Hoe lang we varen weten ze niet, maar dat ze niet naar buiten kunnen zolang de motor draait is hun al wel duidelijk. Er zit niets anders op dan zich neer te geven en lekker een dutje te doen.

Onderweg slapen de katten

Onderweg slapen de katten

Scheepskatten

Pluis en Watje zijn al echte scheepskatten geworden. Zodra de motor uitgaat en het kattenluik (lees: patrijspoort) weer opengaat is Pluis de eerste die naar buiten gaat en van ook van boord gaat om de nieuwe omgeving te verkennen. Watje kijkt de kat uit de boom (of van het schip) en volgt een paar minuten later. Aanmeerpaaltjes worden krabpalen, het gras een zacht bedje waar je in kunt kroelen en de omgeving nieuw jachtgebied. De eerste muis is soms al aan boord gebracht nog voor we het schip goed en wel hebben vastgelegd.

Te water

Kattenloopplank

Kattenloopplank

De poezen balanceren naar het lijkt het liefst over de potdeksel (het randje langs het gangboord), waarbij ik me keer op keer verbaas dat ze niet te water gaan. Voor dat geval hebben we in de Museumhaven een loopplankje voor de katten in het water hangen, zodat ze er zelf weer uit kunnen komen. En wanneer we onderweg zijn hebben we een visnet paraat. Een enkele keer komt (vooral) Pluis binnen met een nat pak. Dan was de verleiding van de laagvliegende zwaluw misschien toch net even te groot.

Aan boord

En op de vraag of de poezen komen altijd weer aan boord kunnen we tot nu toe antwoorden dat dat inderdaad zo is, waar we ook liggen. Misschien ook omdat we ze op vaste tijden 2x per dag te eten geven. Willen we die dag gaan varen, dan kunnen we bij na hun ‘ontbijt’ het patrijspoortje dicht doen en rustig de motor starten. Op weg naar een nieuwe omgeving met het voor hun vertrouwde schip en de voor hun vertrouwde menselijke mede-scheepsbewoners.

11203061_10206550422660893_8487015700380500724_n